Wat koop je eigenlijk?

De Nintendo Switch is geen nieuwe console meer. Hij bestaat al sinds 2017 en heeft intussen meerdere revisies gezien, waaronder de Switch OLED. Deze versie, met de neon blauw/rood Joy-Con, is de standaardvariant. Geen OLED-scherm, geen extra functies, maar wel de volledige Switch-ervaring: thuis op tv, onderweg op het scherm zelf. Dat hybride concept blijft het sterkste argument.

Wat vervangt dit en wanneer verdient het zich terug?

Als je vandaag nog geen console bezit en op zoek bent naar iets voor het gezin, dan vervangt de Switch meteen een apart spelletjesavond-budget. Mario Kart, Zelda, Pokémon: het zijn games die jaren meegaan en die je met meerdere spelers speelt zonder extra abonnement voor lokale multiplayer. In dat geval is 270 euro snel verdeeld over meerdere gebruikers.

Voor een solo-gamer die ook op een PlayStation of Xbox speelt, is de afweging anders. De Switch heeft een unieke spelcatalogus die je nergens anders vindt, maar grafisch haalt hij de concurrentie niet. Dat weet Nintendo zelf ook, en het doet er weinig aan.

De zwakke punten van dit segment

Joy-Con drift is het bekendste probleem van de Switch-familie: de analoge sticks beginnen na verloop van tijd vanzelf te bewegen, wat storend is bij precisiespellen. Nintendo heeft dit nooit echt opgelost in hardware. Verder is de interne opslag met 32 GB belachelijk klein; een microSD-kaart is geen optie maar een noodzaak.

Wie koopt dit op Amazon aan 269 euro?

Geen korting, geen bundel. Dat is de nuchtere realiteit. Als je geduld hebt, zijn er periodes waar pakketten met een spel opduiken voor vergelijkbare prijzen. Toch: voor wie de Switch nog niet heeft en er zeker van is dat de Nintendo-exclusives hem aanspreken, blijft dit een zinvolle aankoop. Voor wie twijfelt, is wachten op een bundel of de OLED vergelijken verstandiger.