Wat je voelt zodra je hem vastpakt

Eerlijk gezegd was ik sceptisch. Nog een controller met 'revolutionaire' features, dacht ik. Maar de DualSense liegt er niet om. De haptic feedback is geen gimmick: in Astro's Playroom voel je regen tikken op je handpalmen, en in Returnal voelt elke schot anders aan afhankelijk van welk wapen je draagt. Dat verandert iets aan hoe je een game beleeft, ook al besef je het niet meteen bewust.

De adaptieve triggers zijn het grote verkoopargument, en ze houden die belofte grotendeels waar. Half indrukken voor een gespannen boog, maximale weerstand bij een zware sniper: je vingers leren het vanzelf. Het werkt, althans in games die er specifiek op inspelen.

Een paar voorbehouden die ik niet kan verzwijgen

De batterij. Voor mij is dat het zwakste punt. Twee tot drie uur intensief spelen, en je zit al aan de oplader. Zeker in vergelijking met oudere controllers voelt dat karig. Houd een USB-C kabel bij de hand, dat is geen advies maar een noodzaak.

De controller is ook groter dan zijn voorganger. Voor kleinere handen kan dat wennen zijn, de eerste sessies althans.

Voor wie loont hij? Voor iedereen met een PS5 die de console echt wil gebruiken waarvoor hij gemaakt is. Zonder DualSense mis je de helft van de ervaring. Voor pc-gamers is het verhaal genuanceerder: de meeste features vallen weg buiten het PlayStation-ecosysteem.

Aan 54,99 euro is dit de standaard keuze, en voor eens is die standaard keuze ook de goede.